De tijd, de tijd, waar blijft de tijd…
Veel minder bekend dan de muziekgroep die sinds 1984 verschillende bezettingen kende met Hubert als constante factor, zijn de theaterproducties van 1997 tot begin 2001. “De oren van Biballon”, waarmee Hubert en ik ruim twee jaar door het land toerden, en “Manus kabelgast”, de voorstelling die nooit werd uitgevoerd.
Nadat ik de cd “Good Grief” had uitgebracht in 1996 wilde ik naar Engeland om de muziek uit te voeren met de Engelse vrienden die me hadden aangezet tot het maken van de cd. De wonderbroers Ben en Joe Broughton uit Chester waren fans van Timbila geworden toen de groep in 1988 twee weken optrad tijdens het Edinburgh Fringe Festival.
Maar de productie van de cd, die deels in Engeland, deels in Nederland was opgenomen, had me dermate veel geld gekost, dat ik de sprong naar Engeland niet durfde wagen. En ik ging in op Huberts verzoek om in te stappen, toen de man met wie hij onder de vlag van Timbila een kleutervoorstelling aan het maken was, uitstapte.
De oren van Biballon
Ik was niet meteen enthousiast over het verhaal en heb Hubert behoorlijk geërgerd met mijn voorstellen om alles anders te doen. Natuurlijk moest er veel meer van mijn muziek in, getuige het repetitiefragment dat ik op een cassettebandje vond.
Mijn “ja dit is ook wel leuk, dit “Visserslied” klinkt niet bijster overtuigend. Ik ging eraan voorbij dat we lol hadden om het samen te zingen en je kunt horen dat Hubert het in elk geval met plezier zingt en speelt.
De rolverdeling van Hubert als Zozzel, hoofdambtenaar-sterren-aan-de hemel en ik als Zim, zijn wat ondeugende, onverantwoordelijke assistentje, was compleet willekeurig gekozen.

Behalve het olifantje Biballon hebben Hubert en ik al het knutselwerk gedaan.
Ik kon mijn plezier in tekenen en boetseren botvieren. Hubert was er meer voor de constructies en -ook hier- handige oplossingen in verband met vervoer.
Het olifantje was een huzarenstukje van Timbila-ex-manager Monika Heintz, die inmiddels een baan had gevonden op de requisitie-afdeling van de Stopera.

De voorstelling werd goed ontvangen binnen het scholennetwerk van Timbila en we hadden meer kunnen spelen dan wij zelf wilden.

En ook hier, net als bij de muziek-schoolvoorstellingen van Timbila, bestond een flink deel van de klus uit het samenstellen van lesmateriaal. Het tekenen van Hubert, mezelf en Biballon in kleurplaat-stijl was een leuk werkje.

In 1999 ben ik alsnog naar Engeland gegaan, geen onverdeeld succes.
Toen ik na 8 maanden weer terug was, vroeg Hubert me om met hem een volgende voorstelling te maken. Maar met een geforceerde stem voelde ik er alleen voor om muziek voor zijn nieuwe voorstelling te schrijven.
Manus Kabelgast
Frits, een Amsterdamse troubadour die eerder had gesolliciteerd bij Timbila, en een actrice wier identiteit ik nu niet kan achterhalen, werden Huberts nieuwe compagnons. Deze voorstelling werd minder goed ontvangen door het netwerk.
Het verhaal was wat somber. Deze smartlap schetst de behoorlijk trieste jeugd van Manus. (couplet en refrein zijn om technische redenen gescheiden):
We hebben in elk geval plezier gehad bij het maken van de liedjes en instrumentale stukjes; hier het vrolijke ‘Hé-ho, anker omhoog!’, en ook hier weer Huberts plezier.
Blij dat ik een paar van Huberts kindertekeningen uit zijn huis heb meegenomen.
Als jongen had hij al een fascinatie voor gebouwen en boten.
Dit zou een mooie affiche zijn geweest voor “Manus Kabelgast”.

Hieronder Frits als Dirk Nagtegaal en Hubert als Manus Kabelgast.


Ben, 7 mei 2020

